Naar inhoud springen

Grootouder

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Image
Grootouders met hun kleinkinderen (1931)

Als een individu ouder is van een individu dat zelf ook ouder is, dan is het eerstgenoemde individu grootouder van de nakomelingen van het tweedegenoemde individu. Dit kan in alle betekenissen van ouder zijn. Grootouders worden herdacht op Grootouderdag.

De ouder van een grootouder heet overgrootouder, de ouder daarvan heet betovergrootouder, etc. Voor meer aanduidingen voor ouders, zie voorouder.

Een persoon in relatie tot diens grootouder heet een kleinkind. Er is geen analoge naamgeving voor kinderen; bij achterkleinkinderen stopt de naamgeving. Vaak noemt men de kinderen van deze achterkleinkinderen de achter-achterkleinkinderen, en op die manier wordt er terug gerekend.

Formele betekenissen

[bewerken | brontekst bewerken]

Als er een nieuw individu ontstaat die van meer afstammelingen van de proband (degene die als uitgangspunt wordt gebruikt) afstamt dan ieder ander, dan krijgt de proband een nieuwe genealogische aanduiding. Als de proband bijvoorbeeld acht kinderen heeft, en iemand daarvan krijgt zelf ook een kind, dan wordt de proband grootouder. De pasgeboren baby stamt immers af van één afstammeling van de proband, in tegenstelling tot de kinderen van proband die van geen enkele afstammeling van de proband afstammen.

Image
Zie de categorie Grandparents van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.