Naar inhoud springen

Museum Mayer van den Bergh

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Museum Mayer van den Bergh
Museum Mayer van den Bergh
Locatie
Locatie Lange Gasthuisstraat 19
Antwerpen, België
Adres Lange Gasthuisstraat 19Bewerken op Wikidata
Thema en expositie
Type kunstmuseum
Thema kunst van de Nederlanden, 14de tot de 16de eeuw
Status en tijdlijn
Oprichter(s) Henriette Mayer van den BerghBewerken op Wikidata
Opgericht 1924
Architectuur en huisvesting
Monumentstatus beschermd erfgoed VlaanderenBewerken op Wikidata
Monumentnummer 5328
Architect(en) Joseph Hertogs[1]Bewerken op Wikidata
Erkenning en lidmaatschap
Lid van Stedelijke Musea
Stad Antwerpen
Tijdschrift en links
museummayervandenbergh.be
Museumcatalogus
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur

Museum Mayer van den Bergh is een kunstmuseum, erkend door de Vlaamse Overheid,[2] in de Lange Gasthuisstraat in Antwerpen. De collectie bestaat uit onder meer werken van oude meesters, sculpturen en toegepaste kunstwerken, bijeengebracht door kunstverzamelaar en -kenner Fritz Mayer van den Bergh (1858-1901). Na zijn overlijden liet zijn moeder Henriette Mayer van den Bergh (1838-1920) een huiselijk museum bouwen om zijn collectie tentoon te stellen. In 1904 opende het museum de deuren.

Fritz Mayer van den Bergh, die de collectie bijeen bracht, had een uitgesproken interesse in kunst uit de 14e-17e- eeuwse Nederlanden, met werk van de Vlaamse Primitieven, retabels en monumentaal beeldhouwwerk. Hij had een bijzondere interesse in Bruegel, zijn voor- en navolgers en middeleeuwse sculpturen. Het museum telt zo'n 6.000 objecten, waaronder 3.100 (toegepaste) kunstwerken (zoals juwelen, meubels, glas in lood en een textielcollectie). De verzamelaar kon rekenen op een groot netwerk van handelaars en kunsthistorici en was zelf ook geschoold in de kunstgeschiedenis. Hij stond bekend als een expert met een kritisch oog.

Toen de kunstverzamelaar in 1901 op 43-jarige leeftijd overleed, besloot zijn moeder Henriëtte van den Bergh als eerbetoon een museum op te richten om zijn verzameling onder te brengen. Ze koos Joseph Hertogs als architect, die het museumgebouw in gotische stijl ontwierp. Jules Weyns (1849-1930) kapte het reliëf van de Drie Koningen, dat in de voorgevel van het museum is geïntegreerd.[3]

Fritz Mayer van den Bergh's verzameling was vanaf 17 december 1904 te zien in het privé museum, dat geheel in 16de-eeuwse stijl is opgetrokken. De laatgotische en de renaissanceversieringen van de gevels herinneren niet alleen aan de Antwerpse Gouden Eeuw, maar weerspiegelen ook de kunstsmaak en de voorkeur van de verzamelaar zelf.

Het museum werd ingericht met de meest moderne technieken en had al snel faam in Antwerpen en daarbuiten. Dankzij Henriëtte van den Bergh, die zich liet omringen door specialisten, werd de verzameling van haar zoon op een ongewone, vooruitstrevende manier tentoongesteld.

Henriëtte bleef na de oprichting van het museum een grote rol spelen. Museum Mayer van den Bergh was aanvankelijk enkel te bezoeken op aanvraag of uitnodiging. Ze leidde haar gasten zelf rond in het museum. Deze gelegenheden werden als intiem en huiselijk beschreven.[4]

Van alle musea heeft het uwe mij geraakt door zijn bijzonder persoonlijke karakter. De schilderijen lijken voor deze zalen te zijn gemaakt, terwijl ze in de meeste openbare galeries haast willekeurig opgehangen lijken. Bij u is alles in harmonie, elk stuk is op zijn plaats. De kunstwerken zijn 'at home' en maken het geheel compleet. – Robert Momber aan Henriëtte Mayer van den Bergh, 9 juli 1905.[5]

Image
Museum Mayer van den Bergh

In 1906 bracht Henriëtte van den Bergh een raad van regenten samen en maakte een testament op. De raad van regenten stond toen en tot de dag van vandaag in voor het beheer van de collectie en het museum. In het testament stond dat de collectie één en ondeelbaar moest blijven. Er mag niets verwijderd of toegevoegd worden. De kunstverzameling is nog steeds in de vorm zoals Fritz Mayer van den Bergh ze destijds samenbracht. Tot op hoge leeftijd was Henriëtte betrokken bij het beheer van het museum. Dankzij haar toekomstvisie is niet alleen de collectie beschermd, maar ook het museum als gebouw.

De door mijn zoon verzamelde kunstobjecten, die hij me heeft nagelaten, zijn me eerder in bewaring dan in eigendom gegeven. – Henriëtte Mayer van den Bergh aan Alphonse Cols, 12 maart 1906.[6]

In 2022 raakte bekend dat het museum wordt uitgebreid met het aanpalende hoekpand, de voormalige residentie van de Mayer van den Berghs, dat later dienstdeed als onder meer het districtshuis van Antwerpen[7]. De architecten die werken aan de renovatieplannen zijn Happel Cornelisse Verhoeven Architecten en architectenbureau Julian Harrap.[8] De heropening van het museum staat gepland voor 2030. Een groot deel van de collectie is tijdelijk ondergebracht en te bezichtigen in het nabijgelegen Maagdenhuis.

Fritz Mayer van den Bergh

[bewerken | brontekst bewerken]

Op 22 april, 1858 werd de oudste zoon van Henriette van den Bergh en Emil Mayer geboren in Antwerpen. Fritz Mayer van den Bergh zijn jongere broer, Oscar Mayer van den Bergh, werd geboren op 22 maart, 1859 in Edegem. Al sinds zijn kindertijd verzamelde Fritz munten en penningen. Ze maken een aanzienlijk deel uit van de collectie.[9]

Image
Fritz Mayer van den Bergh, 1901 (portret door Jozef Janssens de Varebeke)

Fritz Mayer van den Bergh had een uitgebreid netwerk in de kunstwereld. Enerzijds hielpen deze connecties hem zijn collectie uit te bouwen, anderzijds ook bij zijn onderzoekswerk. Hij was een gepassioneerde verzamelaar met een drift naar kennis. Wanneer hij een stuk bemachtigde, onderzocht hij het ook. Tegelijkertijd werd hij zelf gezien als een betrouwbaar contactpersoon in de kunstwereld.[10]

De kunstliefhebber deed snel en doelgericht aankopen. Zo was hij regelmatig grote musea te snel af. Hét voorbeeld hiervan is het schilderij Dulle Griet, dat hij kocht voor slechts 488 oude Belgische frank. Fritz was ook sneller dan het Rijksmuseum Amsterdam bij de aankoop van Pieter Aertsens Boerengezelschap bij de haard. Ook was hij sneller dan het Louvre in Parijs toen hij de collectie van verzamelaar-restaurator Carlo Micheli (1809-1898) verwierf. De toenmalige Louvreconservator stelde hierover de vraag:

Pourquoi tout cela ne sera-t-il jamais au Louvre? - Gaston Migeon (1861-1930) in 1898.[11]

In 1887 werd Fritz Mayer van den Bergh in de adelstand verheven met de titel van ridder. Op zijn portret prijkt rechts bovenaan zijn wapenschild. Hij liet toen ook de achternaam van zijn moeder toevoegen aan zijn naam. Vanaf dan heette hij Fritz Mayer van den Bergh.[12] In zijn korte leven bracht hij een grote en indrukwekkende collectie bij elkaar. Dit was deels mogelijk dankzij het startkapitaal van zijn vader Emil Mayer en de gedeelde interesse in kunst met zijn moeder Henriëtte. Hij was in zijn tijd een van de belangrijkste spelers op de internationale kunstmarkt.

De Mayer van den Bergh-collectie telt zeven schilderijen en dertig gravures van de Bruegel-familie: Pieter Bruegel de Oude en zijn zonen Jan en Pieter. Dulle Griet en Twaalf spreuken op borden zijn van Pieter Bruegel de Oude. Dulle Griet kon Fritz op de kop tikken dankzij een kennis die hem schrijft over een werk dat geveild ging worden in Keulen. Twaalf spreuken op borden kocht hij in Parijs.[13]

Mayer van den Bergh had al een voorkeur voor Bruegel voor deze bij het brede publiek geliefd werd. Dit had Fritz wel vaker: hij verzamelde werken die in zijn tijd niet erg populair en dus betaalbaarder waren. Fritz zijn interesse en onderzoek lag aan de grond van de Bruegel revival. Zijn vader, Emil Mayer, kocht twee werken van Jan Bruegel van zijn oom en kunstverzamelaar Anton Joseph Essingh. Fritz groeide als het ware met werken van Bruegel op.[14]

Publiekslievelingen

[bewerken | brontekst bewerken]

Aangezien het museumgebouw sinds 2025 renovaties ondergaat en daarom gesloten is, staat er tot 2028 een expo opgesteld in het Maagdenhuis, dat zich verderop in de Lange Gasthuisstraat bevindt. De tentoonstelling Publiekslievelingen. Een intieme blik op meesterwerken belicht circa 90 stukken uit de collectie van het museum. Voor deze tijdelijke tentoonstelling werd een audiogids gemaakt waarin 43 deelnemers hun favoriete werk bespreken.[15] Onder de participanten zijn bekende stemmen te horen, waaronder schrijver Jeroen Olyslaegers, muzikant Bent Van Looy, kunstenaar Fred Bervoets en foodhistorica Regula Ysewijn. Ook minder bekende deelnemers, zoals een modestudent, een trouwe museumbezoeker en een schrijver in ballingschap, leiden de bezoeker rond door de expo.[16]

De collectie bevat meerdere Vlaamse topstukken en zijn per decreet vanwege hun uitzonderlijke waarde beschermd. Breviarium, Calvarie met stichterspaar, Dulle Griet en de Christus-Johannesgroep kunnen beschouwd worden als de topwerken van de verzameling.

Image
Breviarium
Image
Christus-Johannesgroep, Heinrich von Konstanz

De duurste aankoop in Fritz' collectie was het Breviarium, waar hij 35.500 Belgische frank voor betaalde. Het werk is een gebedenboek met waardevolle miniaturen (toegeschreven aan de Gents-Brugse school), een getijdenboek van omstreeks 1500, dat vermoedelijk bedoeld was voor een persoon uit de Portugese elite.[17]

Christus-Johannesgroep

[bewerken | brontekst bewerken]

Christus-Johannesgroep is een stuk van Heinrich von Konstanz, die rond 1300 werkzaam was. Het monumentale beeld is uit hout gesneden en werd gemaakt voor het dominicanessenklooster in Sankt Katharinenthal in Zwitserland.[18]

Schilderkunst

[bewerken | brontekst bewerken]
Image
Cornelis de Vos, Portret van Jan Vekemans. - Collectie Koning Boudewijnstichting (Erfgoedfonds). - Museum Mayer van den Bergh.
Image
Dulle Griet van Pieter Bruegel de Oude

De collectie schilderkunst bevat onder andere het oudste schilderij dat in een Belgische verzameling wordt bewaard. Maria met kind en vier taferelen uit haar leven is te dateren rond 1275 en werd geschilderd door de Italianen Simeone en Machilone van Spoleto. Het Zuid-Nederlandse Torenretabel met kindheidscyclus dateert uit de veertiende eeuw. Het toont net zoals Geboorte van Christus, verrijzenis en de heilige Christoffel de schilderkunst van voor Jan van Eyck.

Beeldhouwkunst

[bewerken | brontekst bewerken]
Image
Detail van een schilderij van de Meester van Hoogstraten, ca. 1500

Daarnaast een enkele retabels (onder anderen van Jan Borreman) en engelengroepen uit de late gotiek. Tevens een kerstkribbe van verguld eikenhout uit de tweede helft van de vijftiende eeuw. Dit stukje volkskunst is een troontje voor het goddelijke Kind, dat oorspronkelijk in deze miniatuurkribbe lag. Ook ivoren sculpturen en zilverwerk zijn vermeldenswaardig.

Image
Eiken beeld dat Sint Joris te paard voorstelt (1480-1499).

Toegepaste kunsten

[bewerken | brontekst bewerken]

Naast gebrandschilderd glas en oude meubelen is er ook het stuk goudborduurwerk 'Opus Anglicanum' uit circa 1340-1360. Het is zeer zeldzaam en representatief voor de Nederlanden in de late middeleeuwen. Gelijkaardig werk bevindt zich in de Sint-Salvatorskathedraal in Brugge. Ten slotte is er de collectie numismatica die Mayer verzamelde.

Mayer van den Bergh was een kenner van munten en penningen. Hij verzamelde ze van jongs af aan en catalogeerde ook munten en penningen voor de stad Antwerpen. De bekendste penning in de verzameling is 'Portretpenning van Desiderius Erasmus' (1519), gemaakt door Quinten Massijs (1466-1530).[19]

[bewerken | brontekst bewerken]
Image
Commons heeft media­bestanden in de categorie Museum Mayer van den Bergh.