Naar inhoud springen

fijn

Uit WikiWoordenboek
  • fijn
stellendvergrotendovertreffend
onverbogen fijnfijnerfijnst
verbogen fijnefijnerefijnste
partitief fijnsfijners-

fijn

  1. van geringe dikte
  2. nauwkeurig en klein
  3. met prettige eigenschappen
    ▸ Het was in dat opzicht opvallend fijn om alleen te zijn en geheel in mijn eigen tempo de dag door te gaan.[4]
    ▸ 'O, Isaac wat fijn!' 'Lees nou maar verder,' zei hij.[5]
    ▸ 'Ben je niet blij? Ik dacht dat je het niet fijn vond om model te zitten.[5]
99 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[6]