getild
Uiterlijk
- ge·tild
| vervoeging van: | tillen… |
| verbogen vorm: | getilde |
getild
- voltooid deelwoord van tillen
- ▸ Er werden helpende handen naar ons uitgestoken en met een grote zwaai werden we aan wal getild - een overrompelende ervaring, die we gelaten ondergingen.[1]
- ▸ De zuigeling die ze uit het verleden heeft getild als troost voor het heden.[2]
- ▸ Ik besefte dat ik me in de huiskamer van Florence bevond: zij en haar man moesten me over hun drempel hebben getild en voor hun haard hebben neergevlijd.[3]
- Het woord getild staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- ↑ Teuntje de Haan“Een muur van water” (2018), Em. Querido's Uitgeverij
, ISBN 9789021409375 - ↑ Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx“Het huis aan de Herengracht” (2022), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024586332 - ↑ “Fluwelen begeerte” (2002), Nijgh & Van Ditmar
, ISBN 9789038891934