Borculo herdenkt vernietigende tornado van 100 jaar geleden
In Borculo is herdacht dat vandaag honderd jaar geleden en vernietigende windhoos over de stad trok, met drie doden, tachtig gewonden en tweeduizend daklozen tot gevolg. Bij een herdenkingsdienst in de Joriskerk waren ruim driehonderd mensen aanwezig, schat stadshistoricus Peter Nieuwenhuis.
Onder hen waren twee achterkleinkinderen van de toenmalige burgemeester, Robert de Muralt. Na afloop van de dienst onthulde diens achterkleinzoon een zonnewijzer op de kerktoren. De originele was door de storm van de toren gerukt.
In de volksmond wordt de ramp de "Cycloon van Borculo" genoemd. Een cycloon was het niet, die komen in Nederland niet voor. Maar wat er die dag gebeurde was wel uitzonderlijk: in de namiddag en vroege avond trokken vanuit het zuiden een reeks zware onweersbuien en windhozen over delen van Brabant, Gelderland en Twente.
Slurven of kurkentrekkers
Dit soort zware windhozen worden ook wel tornado's genoemd. "Windhozen zijn een soort slurven of kurkentrekkers onder een bui. Ze kunnen niet bestaan zonder een bui", legt NOS-weervrouw Roosmarijn Knol uit.
De tornado liet een spoor van vernielingen na op meerdere plekken, maar nergens was de schade zo groot als in Borculo. "Wind- en waterhozen komen wel vaker voor in Nederland, maar de hoeveelheid schade in Borculo is best uniek."
Volgens Knol heeft dat waarschijnlijk te maken met de kracht en snelheid van de windhoos en dat die precies over bewoond gebied trok. Bovendien waren gebouwen 100 jaar geleden minder stevig dan nu.
Rond 19.00 uur zagen inwoners van Borculo de buien en windhoos met hoge snelheid naderen. Ooggetuigen vertelden later dat ze dreigende en ronddraaiende wolken aan zagen komen. Bomen knapten af en daken werden van huizen gerukt. Het duurde niet langer dan acht minuten, maar daarna was de plaats helemaal verwoest.
Al snel kwam er hulp uit de rest van het land. En dat maakt die ramp zo bijzonder, vertelt stadshistoricus Nieuwenhuis. "Het was de eerste landelijke inzamelingsactie, eigenlijk de blauwdruk voor Giro 555 zoals we dat nu kennen." Er werd drie miljoen gulden opgehaald, een enorm bedrag voor die tijd.
"Na deze stormramp bedacht men dat dit soort inzamelingsacties centraal geregeld moesten worden", vertelt Nieuwenhuis. Dat werd tien jaar later het Nationaal Rampenfonds. Dit fonds, dat Giro 777 gebruikt, werd bijvoorbeeld in 2021 nog ingezet bij voor de slachtoffers van de overstromingen in Limburg.
Ramptoerisme
Het geld kwam met bakken binnen omdat Borculo wereldnieuws was geworden: internationale kranten berichtten erover en er werden zelfs foto's van de verwoesting afgedrukt in de krant. Iets wat een eeuw geleden niet veel voorkwam.
Nieuwenhuis wijst op de rol van toenmalig burgemeester De Muralt. Hij vroeg hulp van de regering en zocht de publiciteit. De volgende dag kwam koningin Wilhelmina samen met haar 16-jarige dochter Juliana op bezoek. En in de weken die volgden trokken ramptoeristen naar de Achterhoek, ruim een half miljoen in totaal.
Voor de mensen die niet konden komen kijken, werd zelfs een speciaal bioscoopfilmpje gemaakt, een soort journaalitem voordat het journaal bestond.
Nu, 100 jaar later, is de ramp nog steeds onderdeel van het collectieve geheugen in Borculo, vertelt Nieuwenhuis. "Ik geef er nog steeds gastlessen over op school. We hebben ook een kunstwerk staan in de stad, we hebben er boeken over uitgegeven en er is een Stormrampmuseum."