V Macedonica in Dacië

Image
Trajanus’ monument in Adamclisi

De verdere geschiedenis van V Macedonica volgt die van de andere legioenen uit de regio. Manschappen namen deel aan de oostelijke campagne van keizer Lucius Verus, die tussen 162 en 165 de Parthen versloeg. Bij terugkeer werd het legioen gestationeerd in Potaissa, het huidige Turda in Roemenië. De overplaatsing was noodzakelijk omdat verschillende, zoals de Sarmaten en Quaden, onrustig waren geworden. Keizer Marcus Aurelius bracht bijna tien jaar van zijn regering door aan de Midden-Donau. Vroeg tijdens het bewind van keizer Commodus (r.180-192) voerden Pescennius Niger en Clodius Albinus (beide toekomstige keizers) het bevel over V Macedonië en XIII Gemina. Samen versloegen ze de Sarmaten.

Toen deze oorlog eenmaal tot een goed einde was gebracht, richtten de Romeinen hun aandacht op de Daciërs in het binnenland. Arbeiders van de goudmijnen waren in opstand gekomen en hadden huurlingen in dienst genomen. Toen V Macedonica die had verslagen, kende keizer Commodus het in 185 of 187 de titel Pia Constans (“trouw en betrouwbaar”) of Pia Fidelis (“trouw en loyaal”) toe.

In 193 marcheerde de gouverneur van Pannonia Superior, Lucius Septimius Severus, naar Rome om daar Didius Julianus te verdrijven, die keizer was geworden nadat boze soldaten de gerespecteerde keizer Publius Helvius Pertinax hadden gedood. De gouverneur van een van de Dacische gebieden was Severus’ broer Geta, en V Macedonië koos onmiddellijk de kant van de nieuwe heerser. Een gemengde onderafdeling van V Macedonië en XIII Gemina vergezelde Severus naar Rome, vervolgens tijdens zijn oorlog tegen zijn rivaal Pescennius Niger en daarna tegen de Parthen. Het zou interessant zijn om te weten wat de soldaten dachten van de volgende burgeroorlog, waarin Severus het opnam tegen Clodius Albinus, een voormalig officier van V Macedonica.

Het legioen zou nog lang in Dacië blijven. Er zijn verschillende monumenten gevonden, zoals een inscriptie uit 259. We weten ook dat V Macedonië en XIII Gemina in 244-245 de Carpi versloegen, een agressieve stam uit de Karpaten.

Crisis

Keizer Valerianus (r.253-260) verleende onze eenheid de titel Pia III Fidelis III (“driemaal trouw, driemaal loyaal”). Dit betekent dat het legioen al eens dubbel trouw en dubbel loyaal genoemd moet zijn, maar hiervan weten we niets. Tijdens het bewind van Valerianus’ zoon Gallienus (r.260-268) bereikte het legioen zelfs Pia VII Fidelis VII. Het is waarschijnlijk dat het Vijfde de eretitels IV, V en VI heeft ontvangen omdat het Gallienus had gesteund met een mobiele cavalerie-eenheid (een innovatie!) tegen de usurpatoren Ingenuus en Regalianus. Deze eenheid vocht later ook tegen het Gallische Keizerrijk.

Usurpatoren, ereblijken voor trouw die toch eigenlijk normaal was, een afgescheiden keizerrijk in Gallië: dit was een crisistijd. Keizer Aurelianus moest in 274 zelfs Dacië ontruimen. Het legioen keerde terug naar Oescus. Er waren echter ook andere forten: Cebro, Sucidava en Variniana boden eveneens onderdak aan soldaten van het Vijfde.

Late Oudheid

De door Gallienus gestichte cavalerie-eenheid werd door keizer Diocletianus (r.284-305) verzelfstandigd. Als onderdeel van het mobiele leger diende het op diverse plaatsen. Het moet hebben gevochten tegen de Sassanidische Perzen (die de Parthen hadden afgewisseld als oostelijke vijand) en diende in 293 in Egypte. De vaste basis was in Memfis. Na 400 bevond deze eenheid zich in Syrië, wat de laatste keer is dat we er iets van horen.

Het moederlegioen was in Moesia gebleven, waar het aan het begin van de vijfde eeuw nog steeds wordt vermeld. Beide eenheden moeten later zijn opgenomen in het Byzantijnse leger.

Het symbool van dit legioen was een stier, maar ook de adelaar werd gebruikt. Natuurlijk hadden alle legioenen veldtekens in de vorm van een adelaar, maar V Macedonica lijkt een speciale link te hebben gehad met Jupiters favoriete vogel.

Image
Tigranokerta

mei 18, 2019
Image
Christenvervolging? (2)

december 26, 2017
Deel dit:

4 gedachtes over “V Macedonica in Dacië

  1. Image Bart van der Wiel

    De redenering dat de kwalificatie “driemaal trouw, driemaal loyaal” betekent dat het legioen al eens dubbel trouw en dubbel loyaal genoemd moet zijn, lijkt mij niet per se sluitend. Zo lijkt mij denkbaar dat de gebeurtenissen van dien aard waren dat die de ‘driemaal’-kwalificatie ineens rechtvaardigden in de ogen van degene die de kwalificatie toebedeelde.

    1. Misschien als gedachte -experiement, maar voor wat we nu weten werkte de Romeinse administratie niet op die manier. Je zou een vermelding van een legioen moeten vinden dat binnen een heel korte tijd van 1 naar 3 ging, of zoiets. Maar dat is nu niet bekend, dus is het aannemelijker om missende bronnen te veronderstellen.

      Het klinkt mij ‘logischer’ in de oren dat we een actie gemist hebben, of dat misschien een eenheid in meerdere acties tegelijk actief geweest is (middels een onderafdeling). Vooral in een burgeroorlog waar trouw bijzonder belangrijk was kon zo’n eerbetoon dan snel oplopen.

      Jammer genoeg stond het legioen net voor het einde (opgeknipt in eerst twee en later 6 of meer delen), waarin de eretitels compleet verdwenen.

  2. “een mobiele cavalerie-eenheid (een innovatie!)”

    Dit is wel heel erg afgekort om nog begrijpelijk te zijn. Natuurlijk hadden de Romeinen al lang cavalerie (de alae), maar Gallienus zou de aan de legioenen verbonden cavalerie hebben weggehaald om daar grotere zelfstandige eenheden van te maken (terwijl de grote legioenen langzaamaan werden opgedeeld in kleinere infanterie-eenheden).

    Dit idee van de ‘hervormingen van Gallienus’ is echter onder vuur komen te liggen, zie onder andere het boek van Duncan Campbell:
    Duncan B. Campbell, Phantom Horsemen: Exploding the Myth of the Emperor Gallienus’ Battle Cavalry (2025).

  3. “Beide eenheden moeten later zijn opgenomen in het Byzantijnse leger.”

    NEE!
    Ik ben een beetje gestopt om te mopperen op het gebruik van ‘Byzantijns’, maar dit is echt complete nonsens.

    Legio V en alle opvolgers waren eenheden in het Romeinse leger en dat bleven ze tot we de sporen kwijtraken. De zinsnede ‘opgenomen in het B.. leger’ veronderstelt dat dit een andere organisatie was waarin ‘oudere’ eenheden werden ingelijfd, maar omdat er nooit een ‘Byzantijns Rijk’ bestond was er nooit een ‘Byzantijns leger’.

    Dit is voer voor moderne (Griekse) nationalisten, die blijven roepen dat er op een zeker moment een breuk bestond met het Romeinse Rijk, vanwege een bedachte reden zoals het verlies van Rome, de ‘officiële’ (maar niet-bestaande) ‘overgang’ naar Grieks als staatstaal (zelfs Julius Caesars laatste woorden waren in het Grieks) maar die door historici nooit is aangetroffen.
    Er bestond geen ‘Grieks Byzantijns Rijk’. Nooit. Het Romeinse Rijk bestond tot de val van Constantinopel en de restdelen in de 15e eeuw, en niemand noemde die ooit ‘Byzantijns’ tot een of andere Duitser meer dan een eeuw later.

    Als je (terecht) moppert op het blijven herhalen van 19e-eeuwse informatie over Jezus moet je ook heel erg oppassen met het herhalen van dit soort onzin.

Reacties zijn gesloten.