Acte 9 in 5-delige reeks in de Maha-cyclus.
In dit deel een bezoek aan het voor de westkust van Sumatra
gelegen eiland Nias met beelden van de tocht langs de zee,
door het binnenland en dorpen. Vrouwen weven en vlechten,
een goudsmid aan het werk en springen over een stenen bok
door jongelingen uit het dorp.
N.B. Zie ook: 03-0929-08 tc. 19.13 tot 22.28 (ged.) Tropisch
Nederland, een later gemonteerde geluidsfilm uit hetzelfde
materiaal
17.57 Tekst : Deel V. Nias en zijn wilde krijgers
18.12 Beeld : KPM-schip op de palmen-reede van Goenoeng
Sitoli, hoofdplaats van het voor de westkust van Sumatra
gelegen eiland Nias
18.28 Europeaan te paard gevolgd door drie dragers te voet
volgt het strand
18.37 Over een rots
18.43 Over een pad naast de zee
18.55 Over een pad in het binnenland
19.16 Te voet over een uit twee delen bestaande brug over een
rivier
19.37 Voorafgegaan door twee Niassers door een dorp
19.51 Europeaan te paard en zijn gevolg te voet verlaten dorp
in stevig marstempo
20.00 Te voet doorwaadt de in wit tropenpak met dito helm
geklede Europeaan met zijn dragers een snelstromende kali
20.34 Op vlakke heuvel gebouwd dorp (noot 1) met trap als
enige toegangsweg
20.56 Grootste trap op Nias geeft toegang tot het dorp
Bawemateloea (Berg die tot de zon reikt)
21.16 Twee naakte jochies klimmen op stenen voorvader zetel
en nestelen zich boven op de rugleuning
21.53 Drietal hoofden van Bawemateloea schrijden vanuit
galerij van ijzerhouten zuilen behorend tot het mooiste
adathuis op Nias ter verwelkoming op de camera toe
22.20 Twee met goud behangen sieraden hoofden poseren (noot
2)
22.33 Een der hoofden met de meer dan 22 karaats gouden
kunstsnor
22.43 Weefster weeft zittend lange strook stof
22.53 Vrouw vlecht veelkleurige mat
23.11 De rap vlechtende handen die smaakvol patroon maken
23.28 Door jongens omringde goudsmid blaast het vuur aan
23.36 Goudsmid plet gouden band op primitief aambeeld terwijl
terwijl jochies toekijken
23.57 Jongelingen springen over zgn. springsteen, een van
stenen blokken opgetrokken ca. 2 m hoge bok waarbij lagere
steen als opstap gebruikt wordt
24.25 Het springen door elke jongen afzonderlijk over de hoge
bok waarbij de bevolking toekijkt
24.36 Het springen gaat onverminderd verder
24.46 EINDE