A.B. de Vries gaat in op het landschap als onderwerp voor kunstschilders van de zestiende tot en met de twintigste eeuw. Te beginnen met de oudere meesters. Landschapsschilders moeten oog hebben voor de natuur, zonder dat ze alles naar waarheid hoeven te verbeelden. Pieter Bruegel de Oude kon dat. Stilleven De nietigheid van de mens zet Bruegel bijvoorbeeld mooi af tegen de kosmische krachten van de natuur in 'De val van Icarus'. Een winterlandschap van Hendrick Avercamp toont op zijn beurt niet letterlijk de winter, maar een winterdag, met alle details die bij de winter horen. Bijna als een stilleven.
Over het landschap, deel 1
1963-10-21
xsd:date
De Vries gaat in op de houding van de kunstenaar tot de natuur, de weergave van de natuur in de schilderijen, de rol van het licht in de weergave en de verschuiving van onderwerpen binnen landschapsschilderkunst. Met (details van) werken van Pieter Brueghel, Hendrick Avercamp, Hercules Seghers, Rembrandt, Jan van Goyen, Frans Post, Paul Constantijn Lafargue, Wouter Johannes van Troostwijk, Jacob Maris, George Jan Hendrik Poggenbeek, Vincent van Gogh en Gerrit Benner.
848
xsd:string
PGM199078
Het landschap
NTR

Blank nodes