Wekelijks interviewprogramma. In deze aflevering een portret
van de chemicus Paul Crutzen (geboren in Amsterdam in 1933),
directeur van het Max Planck Institut in het Duitse Mainz,
die in 1995 de Nobelprijs ontving voor zijn onderzoek naar
het gat in de ozonlaag.
Gespreksonderwerpen zijn onder meer: zijn afgelegde
bescheidenheid, met de ontdekking dat zijn werk van grote
betekenis is voor de mensheid; zijn emigratie naar de
Verenigde Staten in 2000, om meer tijd voor onderzoek te
hebben; de grote belangstelling voor zijn persoon na het
winnen van de Nobelprijs ("... tamelijk verschrikkelijk"),
zowel in Nederland als in Duitsland en Zweden, waar Crutzen
studeerde; zijn twee dochters; zijn vertrek naar Zweden, eind
jaren '50, o.a. vanwege zijn liefde voor Scandinavië; zijn
Finse vrouw; zijn jeugd als zoon van een kelner; zijn studie
MTS Weg- en Waterbouw, waar hij bij moest werken; de
oorlogsjaren; zijn kritische instelling en twijfel aan
gangbare theorieën, waardoor hij het gat in de ozonlaag
ontdekte; zijn onderzoek op de Malediven naar luchtvervuiling
vanuit India; het feit dat de ontdekking van het gat in de
ozonlaag boven Antarctica tot het verbod op emissies van
CFK's-gassen geleid heeft en de situatie niet verder is
verslechterd; zijn beslissing de auto weg te doen; zijn
motieven, de wetenschap te dienen, de schoonheid nieuwe
dingen te ontdekken over het milieu en daarmee een bijdrage
te leveren aan een betere toekomst; het begrip 'nucleaire
winter' dat Crutzen in 1982 introduceerde, een inzicht dat
mogelijk bijgedragen heeft aan de uitbanning van atoomwapens
en het einde van de Koude Oorlog; zijn onderzoek in Rusland,
waar hij in een treinwagon een rijdend laboratorium heeft
laten bouwen; de schok die het winnen van de Nobelprijs,
tijdens een vakantie in Spanje, voor hem betekende; zijn
gerichtheid op de toekomst en gewoonte niet lang stil te
staan bij de raadsels van het leven.
Een oude vriend van Crutzen, Leo Coffeng (?), oud-directeur
van een ingenieursbureau in Deventer, gaat in op: de
militaire dienst die zij samen vervulden, wat het winnen van
de Nobelprijs voor Crutzen betekende en het feit dat hij door
zijn succes niet veranderd is.
Wekelijks interviewprogramma. In deze aflevering een portret
van de chemicus Paul Crutzen (geboren in Amsterdam in 1933),
directeur van het Max Planck Institut in het Duitse Mainz,
die in 1995 de Nobelprijs ontving voor zijn onderzoek naar
het gat in de ozonlaag.
Gespreksonderwerpen zijn onder meer: zijn afgelegde
bescheidenheid, met de ontdekking dat zijn werk van grote
betekenis is voor de mensheid; zijn emigratie naar de
Verenigde Staten in 2000, om meer tijd voor onderzoek te
hebben; de grote belangstelling voor zijn persoon na het
winnen van de Nobelprijs ("... tamelijk verschrikkelijk"),
zowel in Nederland als in Duitsland en Zweden, waar Crutzen
studeerde; zijn twee dochters; zijn vertrek naar Zweden, eind
jaren '50, o.a. vanwege zijn liefde voor Scandinavië; zijn
Finse vrouw; zijn jeugd als zoon van een kelner; zijn studie
MTS Weg- en Waterbouw, waar hij bij moest werken; de
oorlogsjaren; zijn kritische instelling en twijfel aan
gangbare theorieën, waardoor hij het gat in de ozonlaag
ontdekte; zijn onderzoek op de Malediven naar luchtvervuiling
vanuit India; het feit dat de ontdekking van het gat in de
ozonlaag boven Antarctica tot het verbod op emissies van
CFK's-gassen geleid heeft en de situatie niet verder is
verslechterd; zijn beslissing de auto weg te doen; zijn
motieven, de wetenschap te dienen, de schoonheid nieuwe
dingen te ontdekken over het milieu en daarmee een bijdrage
te leveren aan een betere toekomst; het begrip 'nucleaire
winter' dat Crutzen in 1982 introduceerde, een inzicht dat
mogelijk bijgedragen heeft aan de uitbanning van atoomwapens
en het einde van de Koude Oorlog; zijn onderzoek in Rusland,
waar hij in een treinwagon een rijdend laboratorium heeft
laten bouwen; de schok die het winnen van de Nobelprijs,
tijdens een vakantie in Spanje, voor hem betekende; zijn
gerichtheid op de toekomst en gewoonte niet lang stil te
staan bij de raadsels van het leven.
Een oude vriend van Crutzen, Leo Coffeng (?), oud-directeur
van een ingenieursbureau in Deventer, gaat in op: de
militaire dienst die zij samen vervulden, wat het winnen van
de Nobelprijs voor Crutzen betekende en het feit dat hij door
zijn succes niet veranderd is.