Vrouwen met een erfelijke, ongeneeslijke vorm van kanker kunnen geen gebruik meer maken van een behandeling in het Academisch Ziekenhuis in Maastricht, die het mogelijk maakt om gezonde kinderen te krijgen. Ze mogen hun kind wel na drie maanden laten aborteren als de ziekte blijkt te zijn doorgegeven, maar embryo's vooraf selecteren mag niet. Dit staat in een brief die voormalig staatssecretaris Clémence Ross-van Dorp van Volksgezondheid in mei 2006 naar de Kamer heeft gestuurd. Kort hierna is het kabinet-Balkenende II gevallen en vervolgens is de brief nooit door de Tweede Kamer besproken.
INTERVIEWS met:
- Ellen Groenewold, die lijdt aan een erfelijke vorm van borstkanker. Zij wil dit gen, dat de kans op borst- en eierstokkanker vegroot, niet doorgeven aan haar toekomstige dochters;
- Dolf Groenewold, echtgenoot van Ellen;
- Guido de Werd, medisch ethicus Universiteit Maastricht, die vindt dat de behandelingen moeten worden voortgezet;
- Christine de Die-Smulders, klinisch geneticus ziekenhuis Maastricht, die niet verder wil gaan met de behandelingen nu er een verbod dreigt;
- CDA-Kamerlid Henk Jan Ormel, die het standpunt van Ross-Van Dorp onderschrijft;
- D66-Kamerlid Fatma Koser Kaya en PvdA-Kamerlid Khadija Arib, die vinden dat embryoselectie bij erfelijke kanker mogelijk moet zijn;
- Els Borst, voorzitter van de federatie van Kankerpatiënten, die begrijpt dat veel vrouwen niet willen kiezen voor de optie om na drie maanden een ziek embryo te aborteren;
- staatssecretaris Jet Bussemaker van Volksgezondheid, die een commissie gaat instellen om te beoordelen of vrouwen die drager zijn van een erfelijk kankergen in aanmerking komen voor embryoselectie.
SHOTS van:
- een klinisch geneticus die onder een microscoop embryo's selecteert op geslacht;
- celdeling bij embryo's.