De documentaire laat zien hoe Anne van Grevenstein en Jos van Och van Restauratie Atelier Limburg in China te werk gaan. De beelden worden begeleid door voorgedragen brieven van Hubert Vos aan zijn vrienden. Hierdoor komen de overeenkomsten tussen de twee bezoeken aan het licht.
Aan de orde komen: de brief die Vos in New York ontvangt, met het verzoek om naar Peking te komen om hoge Mandarijnen te portretteren; de ontmoeting met China's minister van buitenlandse zaken, die Vos de opdracht tot een portret van keizerin geeft; de ontmoetingen die Vos met de keizerin heeft om haar na te kunnen schilderen, waarbij Vos een diep ontzag voor haar voelt; de eisen die de keizerin hem oplegt: in het portret mogen geen ouderdomsverschijnselen te zien zijn; de Bokser-opstand in 1900; de problemen die ontstaan bij het afmaken van het portret omdat Vos de kleding en rekwisieten die hij na de ontmoetingen met de keizerin nog wilde naschilderen, bij nader inzien niet mag lenen; de hulp die hij uiteindelijk krijgt van een hoge Mandarijn; het feit dat Vos niet zeker weet of de keizerin het schilderij ooit nog gezien heeft.
ARCHIEFMATERIAAL: straatbeelden van New York uit begin twintigste eeuw; beelden van de Bokser-opstand in 1900.