Begin van de bouw aan de Stormvloedkering in 1967.
View/listen to media online at the item's URL: True
xsd:string
2003-03-28
xsd:date
Tekst Trugkieke 28 maart 2003 Deltaplan Bouw Stormvloedkering 2.23 De Oosterschelde is in 1967 de laatste zeearm die in het kader van het Deltaplan gedicht moet worden. In april van dat jaar starten ze met de aanleg van werkhavens aan de Schouwse en aan de Noord-Bevelandse kant. Op twee zandplaten bouwen ze werkeilanden: Roggeplaat en Neeltje Jans. In 1973 hebben ze door deze werken al vijf van de negen kilometer afgesloten. Er resten nu nog drie grote stroomgaten: Hammen, Schaar en Roompot. Deze gaten zullen ze met behulp van kabelbanen gaan afsluiten. Met deze afsluitmethode heeft Rijkswaterstaat goede ervaring opgedaan bij de afsluiting van de Grevelingen. In 1972 plaatsen ze de draagtorens voor de kabelbaan. Er wordt keihard gewerkt om zo vlug mogelijk Nederland te beschermen tegen de zee: veiligheid voor alles is het motto! In die tijd lijkt het alsof de Zeeuwen pas wakker worden. Het zijn in de eerste plaats de mossel- en oestervissers. De Oosterschelde is sinds lang de plek bij uitstek voor deze schelpdierteelt. Bij een volledige afsluiting zal het water ontzouten en is het gedaan met de mosselen en oesters . 3.38 Op het jaarlijkse mosselfeest in Yerseke in 1972 dringen de protesten tot de media door. De Middelburger Rob van Hoek maakt voor het programma van Gewest tot Gewest een reportage loopt er rond met camera en microfoon: 4.06 We zien daar ook tweede kamerlid Jan Terlouw van D 66. Proteststickers en actieshirts hebben hun intrede in de Nederlandse samenleving reeds gedaan. Het verzet tegen een complete afsluiting wordt tijdens dat mosselfeest wel erg goed zichtbaar als de vloot uitvaart. Wijze mannen zijn een paar keer hiervoor bijeen geweest in Rome en hebben een boek gepubliceerd met de titel: de Club van Rome. Dit bleek de stoot te zijn voor de zorg voor ons milieu. Milieumensen en vissers slaan in Yerseke de handen in een. Rob van Hoek op 16 augustus 1972: 5.55 Inderdaad, dat milieu van de Oosterschelde: deze waterpartij herbergt honderen diersoorten , unieke bodemdieren en kent een grote variëteit aan waterplanten en algen. Een geheel dat op haar beurt weer vele vogelsoorten aantrekt. In 1976 zwicht de Tweede Kamer voor de vele protesten en wijzigt haar plannen voor de Oosterschelde. Alle werken aan de dam liggen dan inmiddels al twee jaar stil, in afwachting van dit regeringsbesluit. 6.23 In het Waterloopkundig laboratorium in Emmeloord worden de nieuwe theorieën in de praktijk gebracht. De praktijk van een halfopen dam. 6.29 In 1978 begint een combinatie van aannemers verenigt in de Dosbouw met deze unieke klus. Allereerst bouwen ze een drie kilometer lange hulpbrug van Schouwen naar het werkeiland Neeltje Jans. 6.40 De bodem van de Oosterschelde is een slappe zandbodem. Links de structuur van het zand in de oorspronkelijke situatie. Door het zand te schudden kruipen als het ware de korrels dichter na ar elkaar toe en vormen op die manier een steviger geheel. Zoals rechts is afgebeeld. 6.56 Hoe krijg je zand op de bodem aan het schudden? Daarvoor ontwerpen ze een zogenaamd trilschip. Vier lange naalden gaan de bodem in en die worden aan het trillen gebracht. 7.06 Dit schip heet de Mytilus, speciaal voor dit karwei gebouwd. Vier elektromotoren brengen de naalden aan het trillen. De naalden worden 15 meter de zandbodem ingedreven om op die manier het zand te verdichten en de draagkracht van de bodem te vergroten. 7.26 Aan boord is het allemaal high-tech wat de klok slaat. De inburgering van de computer staat nog in de kinderschoenen maar bij de bouw van de Oosterscheldekering wordt er volop gebruik gemaakt van deze nieuwe vinding. 7.39 Om die verstevigde bodem stevig en vlak te houden worden er op het verdichte zand matten gelegd. 7.45 Daarvoor wordt een speciaal schip gebouwd, u raadt het misschien, een mattenlegger. Aan de voorkant een grote soort stofzuiger om de bodem netjes vlak te maken en aan de achterkant een installatie die de mat op de bodem laat zinken. 7.58 Dit schip heet de Cardium, oftewel : de kokkel. Alle speciale schepen hebben ze namen gegeven die gerelateerd zijn aan de omgeving. Zo staat Mytilus voor Mossel. 8.07 Volop bedrijvigheid op en bij Neeltje Jans, het werkeiland. De sleepboten trekken een gevaarte dat lijkt op een wc-rolletje met papier er op. Op deze enorme rol is een zogenaamde funderingsmat gerold en is op weg naar de cardium, de mattenroller. 8.25 De mat bestaat uit drie lagen. Op een kunststof ondergrond ligt zand, afgedekt met een volgende laag kunststof waarop grind ligt en daarop nog een laag grind, maar dan grover. 8.36 De overdekte mattenfabriek. 8.40 In de drie lage zand en grind leggen ze een soort korven om het materiaal bij het oprollen op de juiste plaats te houden. 8.52 Het aanbrengen van de bovenste laag. Hierover komt weer een kunststof afdekking die met noppen aan het geheel wordt vastgemaakt. Deze matras is 200 meter lang, 42 m breed en 36 cm dik. 9.19 Een impressie van de enorme omvang van de mattenrol. 9.29 De Cardium, klaar om de rol te ontvangen. Een dergelijk karwei als de bouw van deze dam was in de hele wereld nog nooit vertoond. De unieke werkschepen en de geheel nieuwe technieken trokken dan ook wereldwijd de aandacht. Zeeland plaatste zich destijds flink in de kijker! 9.58 Ook aan boord van de Cardium zijn de nieuwste snufjes van techniek toegepast. 10.02 Hoe krijg je zo’n mat nu precies op de goede plaats. Daarvoor hebben ze een richtschip: de Jan Heymans, het enige schip dat ze niet speciaal voor deze werken hebben moeten bouwen. Het is een omgebouwde drijvende asfaltfabriek. De Jan Heymans hebben ze na berekeningen en peilingen op de juiste positie verankerd. Met dikke kabels wordt het begin van de mat aan een balk van die schip vastgemaakt. 10.24 De stofzuiger van de Cardium gaat nu eerst de verdichte bodem egaliseren. 10.36 Deze stofzuiger heeft geen aparte zak dus het vuil wordt de vlakte ingespoten . 10.45 Op de geëgaliseerde en schone bodem kan nu de mat uitgerold worden. 11.03 Via onderwatercamera’s is de voortgang op schermen te volgen. 11.06 Let eens op de computer op het bureau van deze man! 11.11 De ruimte tussen de matten bedraagt drie meter: die ruimte noemen ze een negatieve overlap. Die moet opgevuld worden. Dat gebeurd met verschillend soorten grint. 11.28 Dat karwei, dat volledig onderwater geklaard moet worden, doen ze met de Jan Heymans.
1161000
xsd:string
PGM1019074
Nederlands
xsd:string
De Cardium
Hammen
Jan Heymans
Neeltje Jans
Roggeplaat
deltaplan
stormvloedkering
werkeilanden
zeebodem
Deltaplan: Bouw Stormvloedkering
OZ

Blank nodes