Aan de orde komt: Carrells perfectie tijdens de voorbereidingen van een tv-show; de liefdesbrieven die hij ooit aan circusartieste Vera Strassburger schreef; Carrells enorme verlegenheid als tiener; de truc bij het opkomen, door een rekwisiet in zijn hand te houden; zijn vader, de variétéartiest André Carrell; de start van zijn carrière met sketches en liedjes die hij van zijn vader had overgenomen; de vele optredens met zijn vader; de vele tv-shows die hij gemaakt heeft, ten koste van zijn huwelijk, kinderen en zijn eigen lichamelijk en mentale gesteldheid; zijn scheiding; zijn huidige vrouw Anke; Carrells onuitstaanbare gedrag rond de opname van een tv-show; zijn ontdekking van Ralph Inbar en het komische duo De Mounties (Piet Bambergen en Fred Plevier); het succes dat hij artiesten in zijn shows gunde; zijn artistieke ‘jatwerk’ (een grap van Johnny Kraaijkamp, een lied van Annie M.G. Schmidt); Carrells succes in Duitsland, ondanks zijn grote mond achter de schermen; het verschil en de overeenkomsten tussen het Duitse en het Nederlandse publiek; de zelfopoffering van artiesten voor hun vak; de enige vriend die hij heeft; de eenzaamheid die het vak met zich meebrengt; het mooie van het ouder worden; de tonnen met geld die hij met Duitse tv-commercials verdient; zijn rijkdom; de band met Nederland; een lintje dat hij nooit gekregen heeft; zijn geluk; zijn verbazing over de onvrede van mensen in de huidige gunstige economische tijden.
Aan het eind van het interview verschijnt zijn vrouw Anke voor het voetlicht.