Mobiele telefoons hebben een hoog elektromagnetisch stralingsniveau. Uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat deze straling de kans op hersentumoren vergroot. Met name kinderen lopen een verhoogd risico, omdat bij hun de straling dieper in het hoofd dringt dan bij volwassenen en omdat ze er gedurende hun leven langer aan zullen worden blootgesteld.
Op aanraden van deskundigen heeft de Wereldgezondheidsorganisatie WHO de mobiele telefoon op een lijst van mogelijke gevaarlijke stoffen geplaatst. Veel landen nemen voorzorgsmaatregelen om de bevolking te beschermen tegen de mogelijke gezondheidsrisico's. Nederland niet, omdat de Gezondheidsraad, het adviesorgaan van de overheid, stelt dat de gevaren niet onomstotelijk zijn aangetoond. Bovendien wil de overheid geen onnodige onrust veroorzaken. Hierdoor houdt de telecom-industrie in Nederland de vrije hand.
INTERVIEWS hierover met:
- Michiel Haas, professor Materials & Sustainability aan de TU Delft. Hij demonstreert en bespreekt tijdens de rondgang door een woning het elektromagnetische stralingsniveau van verschillende huishoudelijke apparaten en een mobiele telefoon;
- Leonard Hardell, oncoloog;
- Lucas Reijnders, emeritus hoogleraar Milieukunde aan de Universiteit van Amsterdam;
- Stefan van Gool, kinderoncoloog verbonden is aan de Universiteit van Leuven;
- Devra Davis, epidemioloog;
- Frank Weening, woordvoerder van Mobiele Netwerkoperators Nederland, de belangenorganisatie van KPN, Vodafone en T-Mobile;
-Jeroen van der Sluijs, onderzoeker Universiteit van Utrecht;
- Erik Lebret, voorzitter van het Wetenschapsforum van het Kennisplatform Elektromagnetische Velden (EMV).
Bevat verder straatinterviews met jongeren en volwassenen over hun belgedrag en de gevaren.
ARCHIEFMATERIAAL: div. van een wetenschappelijke bijeenkomst in 2011 over het verband tussen kanker en mobiele telefonie; div. van woordvoerder Erik van Rongen van de Gezondheidsraad; div. van commercials; (zw/w) arbeiders aan het werk in een asbestfabriek; (zw/w) rokende mensen; geiten worden ingeënt tijdens de Q-koortsepidemie.