De Onderwijsinspectie presenteerde haar rapport "Werk aan de
basis". Daarin maakt ze de balans op van de zes jaar geleden
ingevoerde hervorming voor de eerste jaren van het voortgezet
onderwijs. Wat de kwaliteit van de lessen betreft krijgt 20
procent van de scholen een onvoldoende, 60 procent scoort
middelmatig, de overige 20 procent doet het goed. Vooral de
leraren krijgen in het rapport kritiek: vanaf het begin was
er verzet vanuit de leraren; ze zijn vaak niet bezig met het
uitvoeren van een doordacht onderwijsprogramma; door de
werkdruk vinden ze vaak niet de mogelijkheid om aan
onderwijsvernieuwing te werken; in vergelijking tot het
buitenland zijn de leraren in Nederland sterk gebonden aan
hun lesmethode. Bovendien concludeert de inspectie dat de
kwaliteitsverschillen tussen scholen vooral zijn terug te
leiden naar de kwaliteit van het docentenkorps.
INTERVIEWS hierover met:
- J. Buijsse, docent Nederlands Da Vinci-college, waar geen
sprake is van basisvorming, omdat de ouders van de leerlingen
aangegeven hebben dat ze het liefst willen dat hun kinderen
meteen aan VWO beginnen;
- A. de Zoete, rector Da Vinci-college, die zegt dat je ook
moet kijken naar wat de markt wil;
- K. Adelmund, staatssecretaris van Onderwijs.
SHOTS:
- leerlingen van klas 1 VWO van het Da Vinci-collega volgen
de les Nederlands;
- aanbieden rapport "Werk aan de basis" aan staatssecretaris
Adelmund.
STUDIO-INTERVIEW hierover met H. Meijerink, hoofdinspecteur
voortgezet onderwijs, die verantwoordelijk is voor het
rapport.