Volgens Richard Clarke, voormalig beleidscoördinator
antiterrorisme van de Amerikaanse regering, was president
George Bush vóór de aanslagen van 11 september 2001 in de VS
niet geïnteresseerd in terreurnetwerk Al Qaida. Ook nadien
gold zijn obsessie vooral de inmiddels verdreven Iraakse
dictator Saddam Hussein. Clarke schrijft dat in zijn boek
'Against All Enemies: Inside America's War on Terror'.
Opvallend is dat de publicatie van zijn boek samenvalt met de
week waarin hij moet getuigen voor de Senaatscommissie in
Washington die onderzoek doet naar de achtergronden van de
aanslagen van 11 september. Ministers Donald Rumsfeld van
Defensie en Colin Powell van Buitenlandse Zaken werden reeds
gehoord. Zij beweren dat de aanslagen niet te voorkomen
waren, maar Clarke denkt daar anders over.
VERKLARINGEN tijdens de hoorzitting van '9/11 Commissie',
van:
- Clarke, waarin hij zijn verontschuldigingen aanbiedt aan de
nabestaanden van de slachtoffers van de aanslagen van 11
september en zegt dat de regering Bush het bestrijden van
terrorisme en Al Qaida in het bijzonder niet als een urgent
probleem beschouwde. Hij bevestigt dat hij een week voordat
de vliegtuigen op 11 september het WTC doorboorden, een memo
stuurde naar de nationale veiligheidsadviseur Condoleezza
Rice, waarin hij aandrong op het uitvoeren van zijn
antiterrorisme-plannen;
- T. Roemer, commissielid, die Clarke ondervraagt.
*
22:42:49 INTERVIEW met Samantha Power, hoogleraar
buitenlandse politiek en mensenrechten aan de Universiteit
van Harvard, op bezoek in Nederland, over de gevolgen van de
beschuldiging van Clarke dat Bush hamerde op het vinden van
een verband tussen Irak en het terrorisme. Ze noemt het
beschadigend en het grote publiek kan tot de conclusie komen
dat ze de oorlog tegen Irak opgedrongen hebben gekregen op
basis van argumenten die niet kloppen.
*
STUDIOGESPREK (door het onderwerp heen) met
Amerika-deskundige Ruth Oldenziel.