Met het motorschip Prospector vaart koningin Juliana over de rivier Cottica naar de bauxietmijn Moengo, waar ze een rondleiding krijgt. Vervolgens gaat ze via het bosnegerdorp Moengotapoe naar Albina aan de Marowijne-rivier, waar ze wordt begroet door bosnegers en Wajana's, Indianen. De volgende dag bekijken Juliana en prins Bernhard een suikerfabriek in Mariënburg, waarna ze in een Hindoestaans dorp de opening van een Hindoestaanse tempel bijwonen. In Paramaribo verlenen ze audiëntie aan vier Granmans, grootopperhoofden van de oerwoudbewoners, en bosnegers voeren dansen op. Later bezoekt Juliana de crèche van de Stichting voor Liefdadige Doelen. De volgende dag arriveren ze met het schip Willem van der Zaan in Wageningen en met een motorboot bekijken ze de irrigatiewerken. Op het Siva-plein in Paramaribo onthult Juliana een beeldhouwwerk van Mari Andriessen dat geschonken is door het Nederlandse volk als dank voor de hulp tijdens en na WO II. Vervolgens vertrekken ze van het vliegveld Zanderij, waarbij ze afscheid nemen van gouverneur Klaasesz(?) en minister-president Johan Ferrier. Op Schiphol worden ze begroet door de prinsessen Wilhelmina, Beatrix, Irene, Margriet en Marijke, en Juliana spreekt op spontane wijze de aanwezigen toe. Vervolgens nemen ze afscheid van gezagvoerder Bos en de vliegtuigbemanning, en ze begroeten minister-president Willem Drees, waarna ze per auto vertrekken.
LTI98965812_POS107038165
KONINKLIJK BEZOEK AAN SURINAME