Naar inhoud springen

front

Uit WikiWoordenboek
Image
voorste gevechtslinie van een leger
  • front
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘voorzijde’ voor het eerst aangetroffen in 1683 [1] [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord front fronten
verkleinwoord frontje frontjes

het front o [3]

  1. voorkant, voorzijde
  2. (militair) voorste gevechtslinie van een leger in een oorlog, frontlinie
    ▸ En al zou je aan het front zijn, dan laten ze nooit toe dat je foto's maakt.[4]
    ▸ Door in maart 1918 vrede te sluiten met de nieuwe Sovjet-Unie hoopte het Duitse opperbevel de patstelling-van de loopgravenoorlog aan het westelijk front te kunnen doorbreken vóór de massale komst van Amerikaanse troepen.[5]
    ▸ In de lente van 1916 was Alfred Wegener, een Duitse astronoom en atmosferisch fysicus, 35 en thuis met twee weken verlof van zijn dienst als infanteriekapitein aan het westelijke front van de Eerste Wereldoorlog.[6]
  3. (meteorologie) de begrenzing tussen twee luchtmassa's met een andere temperatuur
  • Front maken
tot verweer gereed staan [8]
98 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[9]


enkelvoud meervoud
front fronts

front m

  1. (anatomie) voorhoofd
enkelvoud meervoud
front fronts

front

  1. voorkant, voorzijde
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  front     le front     fronts     les fronts  

front m

  1. voorkant, voorzijde
  2. (anatomie) voorhoofd
  3. (militair) front [2]
  4. (meteorologie) front [3]

front

  1. genitief meervoud van fronta