Naar inhoud springen

Velytsjko-Kroniek

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Image
Handschrift Velytsjko-Kroniek uit 1720

De Velytsjko-Kroniek,[1] voluit de Kroniek van Samilo Velytsjko,[a] is een Oekraïense Kozakken-kroniek uit de eerste helft van de 18e eeuw, geschreven rond 1720 door Kozakse ambtenaar Samilo Velytsjko. Zij behandelt gebeurtenissen van 1620 tot 1700 en bevat documenten van de Algemene Militaire Kanselarij, evenals citaten uit documenten en kronieken die nu verloren zijn gegaan.[2] Samen met de Ooggetuigekroniek, de Hrabianka-Kroniek en de Geschiedenis van de Roethenen (Istoriya Roesiv) vormt het een complex van Kozakken-geschiedschrijving.

De kroniek bestaat uit drie delen:[3]

  • Het eerste deel, waarvan de titel verloren is gegaan,[3] gaat over het tijdperk van Petro Konasjevitsj-Sahaidatsjny en andere Kozakkenopstanden die plaatsvonden vóór de Chmelnytsky-opstand.[4]
  • De "Skazanie", of wat uitgebreider: "De Vertelling [Skazanie] van de Kozakse Oorlog met de Polen door Zinoviy Bohdan Chmelnytsky...", bevat de gebeurtenissen van 1648–1659, waaronder de Chmelnytsky-opstand en de vroege fase van de Pools-Russische Oorlog (1654-1667),[5] waarbij sommige episodes teruggaan tot 1620. Bij het beschrijven van de oorlog van Jakiv Ostryanyn in 1638 voegde Velytsjko zijn eigen commentaar toe aan de authentieke bron die hij gebruikte: het dagboek van de Poolse kroniekschrijver Szymon Okolski.
  • De "Poviestvovanie",[5] getiteld "Het Verhaal [Poviestvovanie] van gebeurtenissen in Klein Roes' en andere plaatsen, hier verzameld en beschreven", omvat de jaren 1660–1686 en 1687–1700. Dit gedeelte bevat aanzienlijk aantal observaties van Velytsjko zelf en zijn gebaseerd op documenten van de Algemene Militaire Kanselarij van de Hetman.

Daarnaast zijn er enkele bijlagen uit verschillende 17e-eeuwse documenten.

Samilo Velytsjko trad begin 1705 in dienst bij de Algemene Militaire Kanselarij van het Kozakken-Hetmanaat, waar hij vier jaar lang in dienst stond van Ivan Mazepa,[6] waarschijnlijk op het Paleis van Hontsjarivka (Гончарівський палац) bij Batoeryn.[7] Een codicologische analyse van de handschriften wijst erop dat Velytsjko in deze periode begon met het verzamelen van materiaal voor zijn werk.[6] Het is onbekend of hij de opdracht kreeg om deze tekst te schrijven, of dat hij zelf het initiatief nam.[6] Velytsjko selecteerde zorgvuldig documenten uit het archief van de hetman of uit een privéarchief, kocht duur schrijfpapier en schreef de inleiding van het Vertelling ("Skazanie") op.[6]

Samilo Velytsjko beperkte zich bij het schrijven van zijn Kroniek niet tot beperkte lokale bronnen en zijn eigen herinneringen, maar maakte gebruik van een breed scala aan binnen- en buitenlandse bronnen.[bron?] De betrouwbaarste bronnen voor Velytsjko waren echter het dagboek van de Kozakse chroniqueur Samilo Zorka, de persoonlijke schrijver van hetman Bohdan Chmelnytsk, en diverse kleinere Kozakkenkronieken.[bron?] De persoonlijke bibliotheek van Velytsjko bestond uit ten minste 18 boeken, die hij ergens tussen 1690 en 1708 had verworven.[8] Afgezien van een filosofisch werk van Andrea Ladislao Wołodkowicz, waren het voornamelijk panegyrieken geschreven door zijn bekendste tijdgenoten, waaronder Lazar Baranovytsj, Stefan Javorsky en Pylyp Orlyk.[8]

Op basis van een watermerkanalyse heeft een groep historici uit Sint-Petersburg vastgesteld dat het kostbare papier dat Velytsjko had aangeschaft en gebruikt om de geselecteerde documenten voor zijn kroniek te kopiëren, aan het einde van de 17e eeuw is vervaardigd.[4] Hij begon met het kopiëren van de documenten tijdens zijn ambtsperiode bij de Kanselarij van 1705 tot 1708, maar door zijn andere werkzaamheden daar kon hij zijn tekst niet echt verder uitwerken voordat hij werd onderbroken.[4] Zijn inleiding bij de Vertelling was echter al voltooid vóór de onderbreking,[6] en mogelijk heeft hij de latere tekst toen al opgesteld.[4]

Eind 1708 schreef Velytsjko dat hem een 'tegenslag' was overkomen, zonder dit nader toe te lichten; dit heeft ertoe geleid dat wetenschappers discussiëren over wat hij hiermee precies bedoelde.[6] Volgens Tatjana Tairova-Jakovleva (2021) moet dit gebeurd zijn kort na de Russische verwoesting van Batoeryn (2 november 1708, toen Velytsjko's archief waarschijnlijk werd gestolen door de troepen van Aleksandr Mensjikov.[4] Velytsjko was toen in Mazepa's legerkamp in Romny op 21–24 november 1708.[9] Hij trok echter niet mee naar Hadiatsj met de legers van Mazepa en Karel XII van Zweden; omdat hij geen paard had om te vluchten, raakte hij vervolgens in krijgsgevangenschap toen de Russen Romny veroverden.[9] Velytsjko schreef op een bepaalde plaats in zijn kroniek, in zijn eigen woorden, dat "mijn goede leven was veranderd in het leven van een gevangene" (Oekraïens: за премененіемъ того-жъ времени доброю житія моего на неволничое).[6] Het is zeer waarschijnlijk dat hij in Russische gevangenschap op het grondgebied van Oekraïne verbleef, tot aan zijn vrijlating in 1715.[10]

Kort na zijn bevrijding, rond 1715, zette Velytsjko zijn project voort op het landgoed van kolonel Vasyl Kotsjoebey in het dorp Zhuky (in de huidige raion Poltava).[4] Op de titelpagina vermeldde hij dat hij in 1720 de Vertelling ["Skazanie"] had voltooid; dit deel bestreek het tijdperk van Bohdan Chmelnytsky.[4] Het gedeelte over de jaren 1660–1700, het Verhaal ["Poviestvovanie"], werd ergens tussen 1720 en 1725 voltooid.[4] Rond dezelfde tijd stelde Velytsjko het eerste deel van de kroniek samen (waarvan de titel onbekend is, aangezien de titelpagina niet bewaard is gebleven[3]), over het tijdperk van Petro Konasjevytsj-Sahaidatsjny en andere Kozakkenopstanden die plaatsvonden vóór Chmelnytsky.[4] De auteur zegt dat dit eerste deel in 1725 werd voltooid, toen hij in Dykanka werkte.[5] Tussen 1715 en 1727 werden nog meer toevoegingen en correcties aangebracht, waaronder documenten, voetnoten, paginering en boeknummering van de handschriften, en het met elkaar verbinden van de delen door middel van inscripties.[3] Het manuscript moet voltooid zijn geweest voordat hij rond 1728 zijn gezichtsvermogen verloor; daarna stierf hij op een onbekende datum.[3]

De kroniek van Samilo Velytsjko zelf is niet volledig in zijn oorspronkelijke vorm bewaard gebleven. Er zijn slechts één origineel manuscript van Velytsjko en één door iemand anders gemaakte kopie van zijn werk bewaard gebleven.[4] Het eerste deel is ernstig beschadigd, terwijl het tweede deel aanzienlijk minder schade vertoont. Het is zeer waarschijnlijk dat het boek niet in 1700 eindigde, aangezien zowel de titel als vele passages in het derde deel gebeurtenissen vermelden die minstens tot 1720 reiken. Daarom wordt aangenomen dat ook de laatste pagina's van de kroniek verloren zijn gegaan.

De kroniek van Velytsjko is geschreven in het vrij complexe Middel-Oekraïens (laat-Roetheens), de literaire taal van de 18e eeuw, met elementen uit de volkstaal (prosta mova), barbarismen uit het Kerkslavisch en woorden uit het Pools en het Latijn. De kroniek is een van de belangrijkste en betrouwbaarste werken van de Oekraïense geschiedschrijving uit de tweede helft van de 17e eeuw tot het begin van de 18e eeuw.

De kroniek bevat 16 tekeningen, waarvan de meeste afbeeldingen zijn van Oekraïense hetmans, evenals één portret van tsaar Peter I van Rusland. Sommige afbeeldingen zijn unieke portretten van historische figuren waarvan geen andere afbeeldingen bewaard zijn gebleven, waardoor ze de basis vormden voor latere illustraties van deze personen. Met name: Ivan Brjoekhovetsky (2 portretten, waarvan één postuum), Mychajlo Khanenko, Ivan Vyhovsky, Demian Mnohohrisjny en meer.

Enkele portretten

Edities en handschriften

[bewerken | brontekst bewerken]

De Kroniek van Samilo Velytsjko is bekend in twee uitgaven, waaronder het origineel van de auteur. Het origineel werd in 1840 in Moskou door commissionair Bolsjakov aangekocht op een veiling die door verzamelaar Laptev werd gehouden voor academicus M. Pogodin. Pogodin bracht Osyp Bodjansky en M. Maksimovich op de hoogte van zijn aankoop, en zij begrepen onmiddellijk het grote belang van het manuscript. Pogodin vroeg echter een enorm bedrag en Bodjansky kon het niet publiceren. In 1842–1845 maakten Bodjansky en M. Gulak kopieën van dit handschrift.

Pogodin schonk het handschrift dat hij had verworven aan de Archeografische Commissie van Kyiv, waar het in de loop van een aantal jaren werd gepubliceerd onder de titel Kroniek van de gebeurtenissen in Zuidwest-Roes' in de 17e eeuw.[11][12][13] Het werk werd voor het eerst in vier delen gepubliceerd in de periode 1848–1864 door de Archeografische Commissie van Kyiv. Een ander exemplaar van de kroniek werd gevonden door historicus M. Sudiyenko; dit exemplaar was ooit eigendom van Hryhorii Poletyka, een lid van de commissie voor de opstelling van het Nieuwe Wetboek van 1767–1769 uit het Lubensky-regiment, een Oekraïense politicus en verzamelaar van documenten over de geschiedenis van Oekraïne.[14] Dit handschrift wordt bewaard in de Nationale Bibliotheek van Rusland in Sint-Petersburg en een van de kopieën van het werk bevindt zich in het Manuscriptinstituut van de Nationale Bibliotheek van Oekraïne in Kyiv.

In 1926 nam de Al-Oekraïense Academie van Wetenschappen de heruitgave van het werk van Samilo Velytsjko op zich. Het eerste deel van de kroniek verscheen onder de oorspronkelijke titel, De Vertelling van de Kozakkenoorlog tegen de Polen (Kyiv, 1926, Academie van Wetenschappen, 268 pagina's).[15]

Op 14 oktober 2020 vond in Batoeryn de presentatie plaats van de volledige kritische editie van de Kroniek. Voor het eerst in 300 jaar werd het werk gepubliceerd in de vorm waarin de auteur het oorspronkelijk had geschreven.[16] De uitgave, onder het hoofdredacteurschap van Tatjana Tairova-Jakovleva, bevat de volledige tekst van Velytsjko's werk, gereconstrueerd volgens zijn eigen opzet, een biografie van de maker van het monument, een codicologische analyse van het originele manuscript, de geschiedenis van het ontstaan, de bewaring en de publicatie ervan, historiografie, archeografische toelichtingen, evenals een lijst van documenten en literaire en historische werken die Velytsjko heeft gebruikt.[2]

[bewerken | brontekst bewerken]