Naar inhoud springen

Straat van Hormuz

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Straat van Hormoez)
Straat van Hormuz
Straat van Hormuz (Midden-Oosten)
Straat van Hormuz
Satellietfoto
Satellietfoto
Locatie tussen Iran en de Verenigde Arabische Emiraten
Zee Perzische Golf
Coördinaten 26° 34 NB, 56° 15 OL
Breedte 54 km
Detailkaart
Kaart
Portaal  Portaalicoon   Geografie

De Straat van Hormuz of Straat van Ormoes (Perzisch:تنگه هرمز , Arabisch: مضيق هرمز) is een zeestraat tussen de Perzische Golf in het westen en de Golf van Oman in het oosten. Ten noorden ervan ligt Iran en ten zuiden liggen de Verenigde Arabische Emiraten en Musandam, een exclave van Oman.

In de smalle straat liggen verschillende eilanden: Hormuz, het eiland waar deze zeestraat zijn naam aan dankt, Kish, Qishm, Aboe Musa en de Grote en Kleine Tunbs. Deze eilanden hebben een belangrijke strategische positie.

De straat is op het smalste punt ongeveer 35 mijl (56 kilometer) breed.[1] Het scheepvaartverkeer op dat punt wordt in twee routes verdeeld van elk drie kilometer breed. De westwaartse route loopt door de territoriale wateren van Iran. Tussen de oost- en westwaartse route is een buffer van drie kilometer om aanvaringen te voorkomen. De straat is diep genoeg voor de grootste olietankers.[2]

Strategische positie

[bewerken | brontekst bewerken]

De Straat van Hormuz is een belangrijke verkeersader voor aardolie. In de jaren van 2020 tot en met 2024 vervoerden olietankers gemiddeld 20,3 miljoen vaten olie per dag door de straat, waarvan drie kwart ruwe aardolie en de rest olieproducten. Deze hoeveelheden corresponderen met zo’n 27,5% van alle wereldwijd verhandelde olie. De olie is afkomstig uit landen als Iran, Irak, Koeweit en Saudi-Arabië en hebben vooral klanten in het Verre-Oosten als bestemming.[3]

Op een persconferentie op 18 december 1997 verklaarde Abbas Maleki, de plaatsvervangend minister van Buitenlandse Zaken van Iran, dat Iran de vrije scheepvaart steunt, maar Iran behield zich het recht voor de straat af te sluiten als het wordt bedreigd.

Een afsluiting van de Straat van Hormuz heeft grote gevolgen voor de levering van olie aan de wereld. Er zijn pijpleidingen naar de Rode Zee en de Middellandse Zee, maar deze hebben onvoldoende capaciteit om de gevolgen van een blokkade volledig op te vangen.

De Straat is al lang een strategische plek.

De Portugezen stichtten er in de zestiende eeuw een handelspost op het eiland Hormuz. Deze werd echter in 1622 door sjah Abbas I, met hulp van onder anderen de Engelsman William Baffin, veroverd en daarmee werden de Portugezen uit Iran verdreven. Abbas stichtte daarop de stad Bandar Abbas, die het scheepvaartverkeer moest controleren. De Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC) verkreeg toen een handelspost in die stad.

In juni 2019 zijn twee olietankers aangevallen nabij de Straat, waarvan een in brand is geraakt.[4] De 44 bemanningsleden van de Kokuka Courageous en de Front Altair zijn door Iraanse reddingsschepen in veiligheid gebracht.

Eerder dat jaar waren al vier tankers aangevallen voor de kust van de Verenigde Arabische Emiraten.[4] De precieze toedracht van de incidenten was onduidelijk. De Verenigde Staten legden de schuld voor die incidenten bij Iran, dat elke betrokkenheid ontkent.[4] Boskalis kreeg de opdracht om de twee beschadigde tankers te bergen.[5]

In juli 2019 werd een Britse olietanker in beslag genomen in de Straat. Een ander schip werd aangehouden en later weer vrijgegeven. Deze acties leken een vergelding voor het aan de ketting leggen van een Iraanse tanker bij Gibraltar door de Britten.[6]

Afsluiting (2026)

[bewerken | brontekst bewerken]
Image Zie Energiecrisis van 2026#Sluiting van de Straat van Hormuz voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

In het voorjaar van 2026 besloot Iran de Straat van Hormuz te sluiten als reactie op de aanval van Trump op het Iraanse regime,[7] wat leidde tot een wereldwijde energiecrisis. In de periode van 28 februari en 17 maart 2026 werden 21 incidenten gemeld waarbij schepen op een of andere manier zijn aangevallen.[8]

Transportalternatieven

[bewerken | brontekst bewerken]

In 2008 is Abu Dhabi gestart met de aanleg van de Habshan-Fujairahpijpleiding. Deze pijpleiding is begin 2012 in gebruik genomen en heeft voldoende capaciteit, circa 1,5 miljoen vaten per dag, dat is 60 à 70 miljoen ton per jaar, om de halve olieproductie van Abu Dhabi naar Fujairah ten oosten van de Straat van Hormuz te vervoeren.

Saudi Aramco is de eigenaar van Oost-West oliepijpleiding met een capaciteit van vijf miljoen vaten per dag. Deze pijplijn loopt van oost naar west en ligt tussen de Perzische Golf en de Rode Zee.[3]

Medio 2021 opende Iran een pijplijn naar de Jask exportterminal aan de Golf van Oman. De capaciteit is ongeveer 300.000 vaten olie per dag maar vanaf september 2024 wordt deze pijplijn niet meer benut.[3]

Kaart
Tankers varen aan de zuidkant van de knik, om de eilandjes heen die als stipjes zichtbaar zijn.
Klik om beelvullend te maken en te zoomen